Hoge opbrengst van fijne spruiten, frisgroen van kleur.
Zeer goede veldhoudbaarheid.
Sortering : circa 70% A en 30% B.
Als basisbemesting 200-220 N/ha, inclusief bodemvoorraad. Eventueel eind juli een bijbemesting geven van circa 40 kg N/ha.
Hoge opbrengst van fijne spruiten, frisgroen van kleur.
Zeer goede veldhoudbaarheid.
Sortering : circa 70% A en 30% B.
Als basisbemesting 200-220 N/ha, inclusief bodemvoorraad. Eventueel eind juli een bijbemesting geven van circa 40 kg N/ha.
Groeidagen: 175
Ras voor oogst in oktober-november.
Planten van 10 april tot 10 mei.
Hoge opbrengst van fijne spruiten, frisgroen van kleur.
Zeer goede veldhoudbaarheid.
Sortering : circa 70% A en 30% B.
Als basisbemesting 200-220 N/ha, inclusief bodemvoorraad. Eventueel eind juli een bijbemesting geven van circa 40 kg N/ha.
* Resistente rassen kunnen enige ziektesymptomen of schade laten zien bij hoge plaagdruk en/of bij negatieve omgevingsomstandigheden en/of ten aanzien van nieuwe biotypes, pathotypes, rassen of stammen van de plaag die de kop op kunnen steken. Een bodemtemperatuur van hoger dan 27°C en andere belastingen kunnen ertoe leiden dat de afweer van nematoden wordt gebroken.
* Resistente rassen kunnen enige ziektesymptomen of schade laten zien bij hoge plaagdruk en/of bij negatieve omgevingsomstandigheden en/of ten aanzien van nieuwe biotypes, pathotypes, rassen of stammen van de plaag die de kop op kunnen steken.
Hoge opbrengst van fijne spruiten, frisgroen van kleur.
Zeer goede veldhoudbaarheid.
Sortering : circa 70% A en 30% B.
Als basisbemesting 200-220 N/ha, inclusief bodemvoorraad. Eventueel eind juli een bijbemesting geven van circa 40 kg N/ha.
* Resistente rassen kunnen enige ziektesymptomen of schade laten zien bij hoge plaagdruk en/of bij negatieve omgevingsomstandigheden en/of ten aanzien van nieuwe biotypes, pathotypes, rassen of stammen van de plaag die de kop op kunnen steken. Een bodemtemperatuur van hoger dan 27°C en andere belastingen kunnen ertoe leiden dat de afweer van nematoden wordt gebroken.
* Resistente rassen kunnen enige ziektesymptomen of schade laten zien bij hoge plaagdruk en/of bij negatieve omgevingsomstandigheden en/of ten aanzien van nieuwe biotypes, pathotypes, rassen of stammen van de plaag die de kop op kunnen steken.